1Praktische argumenten :
wat merk je : terwijl je leest/ kijkt ?
Vb : ik vond het een kort boek,de muziek vond ik mooi.
2Emotionele argumenten :
Wat voel je : terwijl je leest / kijkt
Vb: ik heb mijn nagels opgegeten van de spanning
3herkennings argument:
Wat herken je van jezelf: in één van de personages?
Vb: ik wee twat het is om verliefd te zijn .
4morele argumenten :
Wat vind ik fout of juist aan het boek?
Vb: ik vind het juist goed dat ze mensen voor elkaar kiezen .
5verrijkende argumeneten:
Wat leered ik bij door het boek ?
Bv: ik wist niet dat de oorlog zoveel slachttofers heeft gemaakt
6toetsende argumenten:
Heb je iets uit het boek vergeleken met het echte leven?
Vb: het boek age 14 is realistisch want john condon heeft echt bestaan